Inleiding

Uw raad stelt de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening vast. Dit gebeurt met name via besluiten over visies en bestemmingsplannen. De gemeente heeft vervolgens met het grondbedrijf een belangrijk instrument in handen. Daarmee kunnen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen echt tot stand worden gebracht.

Het grondbedrijf zorgt er voor dat grond beschikbaar komt voor wonen, werken, winkelen en recreëren. Bij actief grondbeleid koopt het grondbedrijf zelf grond. Het maakt deze grond bouwrijp en verkoopt daarna de bouwrijpe gronden. Tot slot legt het grondbedrijf het openbaar gebied aan. Niet in alle gevallen is dit actief grondbeleid wenselijk of mogelijk. In dat geval voert het grondbedrijf faciliterend grondbeleid. De gemeente ondersteunt dan vanuit haar rol als overheid zo goed mogelijk de particuliere initiatiefnemer(s). Dit betekent in het algemeen minder grip voor de gemeente, maar ook minder risico.

Het college geeft uitvoering aan het gemeentelijke grondbeleid. Dit doet zij binnen de kaders die de gemeenteraad hiervoor stelt. Deze kaders liggen vast in de paragraaf grondbeleid van de begroting en in de nota Grondbeleid.

Bepalend voor het resultaat van ons grondbeleid zijn ook de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening en van andere beleidsvelden met ruimtelijke gevolgen, zoals die vastgelegd worden in visies en plannen. Bij dit laatste moet gedacht worden aan ruimtelijke structuurplannen en –visies, nota’s op het gebied van volkshuisvesting (woningbouwprogramma, GSB), economische zaken (vooral bedrijfsruimten, winkels, kantoren), milieu, sport, onderwijs en cultuur.

Solide financieel beleid
Het voeren van actief grondbeleid is niet zonder risico. Ons college hecht daarom sterk aan het voortzetten van een solide financieel beleid voor ons grondbedrijf. We zijn voorzichtig in onze ramingen van verwachte kosten en opbrengsten. Ook nemen we verwachte verliezen direct. Een eventueel positief resultaat nemen we pas aan het eind van een project. En tot slot hebben we de algemene reserve van het grondbedrijf. Deze dient ter afdekking van de risico’s die
resteren, ondanks goed onderbouwde ramingen en nadat een reële waardering van de boekwaardes
heeft plaatsgevonden.