Risicobeheer

Onder risico’s worden verstaan renterisico’s (vlottende en vaste schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. Onze gemeente wordt alleen geconfronteerd met de twee eerstgenoemde risico’s zich.

Renterisico – vlottende schuld (kasgeldlimiet)
In de Wet fido is een begrenzing opgenomen van de kortlopende middelen die gemeenten mogen opnemen, de zogenaamde kasgeldlimiet. De limiet voor 2018 is vastgesteld op 8,5 procent van het begrotingstotaal van € 747,6 miljoen, ofwel € 63,5 miljoen. Wij streven ernaar om - binnen de wettelijke grenzen van de kasgeldlimiet - een zo groot mogelijk deel van de financieringsbehoefte te dekken met kortlopende leningen, tenzij een forse rentestijging op de kapitaalmarkt verwacht wordt. Deze werkwijze heeft een aantal voordelen, te weten lagere rentekosten en maximale flexibiliteit in de portefeuille.

Renterisico – vaste schuld (renterisiconorm)
De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherzieningen op de vaste schuld. Het percentage voor de risiconorm is door de minister van Binnenlandse Zaken vastgesteld op 20 procent. Maximaal mag dus 20 procent van het totaal van de begroting van het komende jaar, het jaar 2018, aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. Onderstaande tabel verschaft een doorkijk voor 2018 en volgende jaren.

Bedragen x € 1.000

Begroting 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Totaal van de begroting van 2018

747.629

747.629

747.629

747.629

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

149.526

149.526

149.526

149.526

Toets Renterisiconorm

Renterisiconorm

149.526

149.526

149.526

149.526

Renterisico op vaste schuld

87.494

45.077

64.724

44.773

Ruimte(+) / Overschrijding(-)

+ 62.032

+ 104.449

+ 84.802

+ 104.753

Het beleid is te streven naar een gelijkmatige opbouw van de leningenportefeuille zodat het renterisico op de vaste schulden gespreid wordt over meerdere jaren. Zo vermijden we dat in enig jaar een onevenredig deel van de leningenportefeuille moet worden geherfinancierd of aan renteherziening onderhevig is. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat onze gemeente in de komende jaren ruim binnen de gestelde normen blijft.

Tijdens het periodieke treasuryoverleg vindt evaluatie plaats van het gevoerde beleid. De liquiditeitsprognose en de rentevisie worden vastgesteld en financieringsstrategie worden bepaald. Op deze wijze wordt actief invulling gegeven aan de beheersing van het renterisico.

Kredietrisico
Kredietrisico’s ontstaan enerzijds door het verstrekken van leningen, anderzijds door het verstrekken van gemeentegaranties. Het treasurystatuut bepaalt dat uitzettingen en garanties alleen tot stand komen indien zij een publieke taak dienen.

Bij het beoordelen van verzoeken om leningen of garanties wordt in elk geval nagegaan of voor de sector waarin de organisatie werkzaam is een zogenaamd waarborgfonds bestaat. Ondanks deze terughoudendheid is het latente kredietrisico de laatste jaren enigszins toegenomen als gevolg van de economische crisis.