Openbare ruimte, onderhoud

Wat willen we bereiken?
Een schone, hele en veilige openbare ruimte waar de burgers tevreden over zijn en waar zij zich betrokken bij voelen. Dat wordt dan bij voorkeur ook zichtbaar in actieve bijdragen van onze inwoners en ondernemers bij acties en activiteiten in het kader van leefbaarheid.
Ondanks de vanaf 2016 doorgevoerde bezuinigingen streven we ernaar om het bereikte niveau van tevredenheid over het onderhoud van de openbare ruimte te handhaven. In het Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte 2016-2025 (BBOR) is daarvoor een nieuwe basiskwaliteit geïntroduceerd: “De Bossche basiskwaliteit”. Deze basiskwaliteit garandeert minimale onderhoudsniveaus die noodzakelijk zijn voor een veilige, leefbare omgeving, maar biedt ook ruimte voor maatwerk. Maatwerk is gewenst om op de juiste plekken het juiste onderhoud uit te voeren. Op plekken die burgers belangrijk vinden is dat mogelijk anders dan op andere plekken in de buurt. Dit maatwerk kan de tevredenheid ten goede komen. Bewoners, ondernemers en maatschappelijke partners worden uitgenodigd en gestimuleerd om mee te denken aan het maatwerk in hun openbare ruimte. Uitgangspunt hierbij is een budget neutrale invulling, met “inzet van burgers voor extra kwaliteit” en “vervangen is geen automatisme” als leidende principes.

Indicatoren

Nulmeting

Ambitie 2018

Kengetal verloedering 1 (L&V) 0= weinig voorkomend, 10= veel voorkomend)

3,8

3,5

Rapportcijfer klanttevredenheid schoonhouden naaste woonomgeving2
(KTO R&B)

6,4

6,5

Rapportcijfer klanttevredenheid onderhoud groen
(KTO R&B)

7,4

7,5

1 Samengesteld uit de onderwerpen: hondenpoep op straat, rommel op straat, bekladding van muren en/of gebouwen, vernieling van telefooncellen en bushokjes.
2 Samengesteld uit indicators: verwijderen zwerfafval, verwijderen graffiti, vegen van straten, verwijderen van herfstblad, leegmaken papierbakken, verwijderen van onkruid tussen de stoeptegels, wieden van onkruid.

In het beleidsplan “Beheer Openbare Ruimte 2016-2025” zijn de resultaten van de 2-jaarlijkse omnibus enquête vastgesteld als maatstaf voor de tevredenheid over een schone, hele en veilige openbare ruimte. Uit het omnibus onderzoek van 2015 blijken scores die variëren tussen een 6,5 (voor het schoonhouden van de naaste omgeving) en een 7,5 (voor het onderhoud van openbaar groen). Als concrete ambitie voor de komende jaren is vastgesteld om de bereikte resultaten klanttevredenheid op de diverse onderdelen te consolideren.

Wat gaan we er voor doen?

Wegen
De kwaliteit van de wegen is de afgelopen 10 jaar op de meest relevante wegonderdelen verbeterd. Ondanks verbetering zijn er nog steeds aandachtspunten, de kwaliteit van voetpaden en trottoirs blijft aandacht vragen, mede in relatie met boomwortelproblematiek. De kwaliteit van de parkeervakken blijft achteruit gaan, aangezien deze een lagere prioriteit hebben om aan te pakken. De problemen met boomwortelopdruk in verharding en schades op polderwegen worden ook steeds omvangrijker. Bij rijbanen met elementenverhardingen is t.a.v. duurzaamheid het kwaliteitsniveau significant achteruit gegaan. Dit is te verklaren door een sterke achteruitgang in kwaliteit van de betonmaterialen die in de periode 1975-1995 zijn aangelegd. Bij deze betonmaterialen brokkelt op veel locaties namelijk versneld de bovenlaag af.  Daarnaast ligt de kwaliteit van het areaal in Nuland en Vinkel lager dan in de rest van de gemeente. In het onderhoud wordt voornamelijk gestuurd op veiligheid en comfort (fietspaden) en daarna op duurzaamheid en aanzien. Op basis van de risicoafweging uit het nieuwe BBOR worden hierin scherpe keuzes gemaakt. Waar dat mogelijk en verantwoord is worden levensduur verlengende maatregelen toegepast. Hierbij monitoren we regelmatig met weginspecties of de keuzes verantwoord blijven. In verband met veiligheid blijft de prioriteit bij het repareren van asfalt- en elementverharding liggen bij de fiets-/voetpaden.

Civieltechnische kunstwerken
Op basis van inspecties en risicoprioritering constructieve veiligheid wordt de meerjarenplanning opgesteld. Ook in 2018 gaan we een aantal fietsbruggen vervangen en wordt middels een raamcontract het regulier onderhoud aan diverse bruggen uitgevoerd. We voeren groot onderhoud uit aan de Lambooybrug en aan diverse metselwerkbruggen in de Binnendieze. De Zevensteense brug wordt constructief vervangen

In 2016 is het gemeentelijk rioleringsplan ter vaststelling voorgelegd aan de raad. De ambities in dit plan kunnen worden samengevat in de kernbegrippen:

  • Een veilig watersysteem biedt bescherming tegen hoogwater vanuit de Maas en de regionale beken Aa en Dommel. Ofwel behoud van “droge voeten”.
  • Een klimaatbestendig watersysteem in de stad. Het bebouwd gebied werkt als een spons en is bestendig tegen zowel hevige regenbuien als perioden van droogte. Een klimaatbestendige stad vermindert extreme hitte door verkoeling en schaduw.
  • Mooi en beleefbaar oppervlaktewater van goede kwaliteit met ecologische waarden en verdere ontwikkeling van (de beleving van) het cultuurhistorisch erfgoed.
  • Robuust beheer van het riool- en het watersysteem. Het afvalwaterbeheer wordt doelmatig uitgevoerd. Waar kansrijk zetten we in op het sluiten van kringlopen, bijvoorbeeld door afvalwater als grondstof te zien en niet meer als afval;
  • Bescherming  van  bronnen  van  kwalitatief  gezond  en  voldoende  grondwater  en drinkwater. Vermijden van grondwateroverlast.

Water
Zowel gemeente als waterschap Aa en Maas hebben waterlopen in beheer in het stedelijk gebied van ’s‑Hertogenbosch. In 2016 hebben we een nieuw onderhoudscontract gesloten voor het onderhoud van de watergangen. De uitvoering geschiedt onder regie van de gemeente.
In 2018 baggeren wij watergangen in de wijken Noord, Engelen en Maaspoort. Wij vervangen in totaal ca. 6 km beschoeiing, waarvan ca. 2  km omgevormd wordt tot natuurvriendelijke oever. Deze werkzaamheden zullen hoofdzakelijk in de wijk Noord worden uitgevoerd.
Het herstel van de kademuren van de Binnenhaven, dat in 2016 is gestart, zal worden voortgezet. Hierbij is het vooral van belang de aanwezige muurflora te handhaven en te stimuleren. De werkzaamheden zullen in principe in 2018 worden afgerond.
Doordat er voor de vestingmuren langs de Kasteren-, Muntel- en Noordwal (vooralsnog) géén subsidie is verstrekt zullen de werkzaamheden aan de vestingmuren vanaf 2018 zich toespitsen op de Zuidwal, Spinhuiswal en St. Janssingel/Westwal. Wel zal de beschoeiing van de voorlandjes langs de Kasteren-, Muntel- en Noordwal worden vervangen.

Groen
De oppervlakte openbaar groen omvat circa 1.060 hectare en 87.000 bomen, waarvan ongeveer 70 %  binnen de bebouwde kom ligt. Naast het openbare groen beheert de gemeente ca. 92 ha bos – en natuurterreinen, die vooral in het buitengebied gelegen zijn.
Het aanbod van openbaar groen in de directe woonomgeving is in vergelijking met andere grote steden groot. Groen draagt bij aan de doelen van de stad. Groen zorgt voor een aangenaam leefklimaat, draag bij aan een goede luchtkwaliteit, heeft een positieve invloed op de gezondheid, zorgt voor een waardevermeerdering van onroerend goed en vervult diverse functies. O.a. beleving, recreatie, verkeersgeleiding, afscherming, speelruimte, buffer voor opvang van overtollig regenwater en verblijfplaats voor flora en fauna in de stad.
Het gemeten kwaliteitsniveau voor het groenbeheer komt overeen met een ruime beeldkwaliteit B, conform de normering van het CROW. Dit niveau wordt al jaren door de inwoners gewaardeerd met een hoge tevredenheid, zij geven een 7,5 voor het onderhoud van het openbaar groen. In vergelijking met andere Brabantse grote gemeenten is dit een goede score.
De kosten per m2 die we besteden aan het groenonderhoud liggen op een vergelijkbaar niveau met steden met meer dan 100.000 inwoners. Het kwaliteitsniveau dat gerealiseerd wordt is echter hoger. In het kader van het nieuwe beleidsplan is de Bossche basiskwaliteit geïntroduceerd. Door dit in overleg met bewoners te compenseren met maatwerk en plusplekken in de wijken streven we ernaar de tevredenheid op peil te houden. Deze omslag willen we budgetneutraal realiseren.
Ecologie en vergroten van de biodiversiteit zijn verankerd in het beheer en wordt daar waar mogelijk uitgebreid. Uitgangspunt hiervoor is de nota biodiversiteit, waarin de ecologische structuren versterkt worden.
Een deel van het dagelijks onderhoud wordt uitbesteed aan Weener XL, waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ingezet worden. Ook in de reguliere contracten met de aannemers is de verplichting opgenomen een deel van de arbeid in het kader van Social Return (SROI) in te vullen. We zijn  in overleg met Weener XL over de invulling van SROI bij de aannemers om te voorkomen dat dit afbreuk doet aan de bedrijfsvoering van Weener XL.
De burgers en ondernemers worden betrokken bij het beheer en waar mogelijk gestimuleerd het groen in hun directe omgeving zelf te onderhouden. De gemeente faciliteert hierin. Door dit eigen onderhoud is het mogelijk plaatselijk een hoger kwaliteitsniveau te realiseren.
Het grote areaal gras wordt door de bewoners als saai ervaren. Initiatieven van burgers faciliteren we waar mogelijk en in samenspraak met de burgers wordt op zichtlocaties het groen ingericht met onderhoudsarme vaste planten, bloembollen of kleurrijke heesters zodat er meer beleving en kleur en fleur in de wijken ontstaat.
Door de leeftijdsopbouw van de stad begint in diverse wijken een veroudering op te treden van het groen. Deze verouderde “kale” groenvakken vergen een intensief onderhoud en het kwaliteitsniveau blijft desondanks achter. De straatbomen in deze wijken zijn vaak aan het aftakelen omdat de groei is gestopt door een beperking van de groeiplaats (“bloempoteffect”). Bij het inzetten van vitaliseringsbudget  voor herinrichting in verouderde woonwijken, zal  het groen, waar mogelijk, inclusief de bomen integraal vervangen worden, zodat werk met werk gemaakt wordt en beschikbare budgetten optimaal besteed worden.

Spelen
Het aanbod van speelplekken, speeltoestellen en sportveldjes is in onze gemeente groot. Door het toepassen van de bereikbaarheidscirkels in de wijkspeelplannen is er in de meeste buurten een ruim aanbod. Door de jaren heen is door toepassing van steeds meer hoogwaardige materialen van speeltoestellen en ondergronden, zoals kunstgras, een kwalitatief erg hoog niveau met aanverwante hoge kosten gerealiseerd. In het kader van BBOR is duidelijk dat een vervangingsopgave aan de orde is. Dit noodzaakt aanpassing van het beleid voor speelplekken. Op deze manier kan de vervanging zodanig worden opgezet dat dit steeds beter aansluit bij de beschikbare middelen voor onderhoud.
Het uitgangspunt bij het beheer van speeltoestellen en ondergronden is de veiligheid. De gemeente is vanuit het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) verplicht de speelgelegenheden veilig te houden door middel van regelmatige inspecties en onderhoud. Burgers kunnen een melding van een kapot speeltoestel doorgeven via het Meldpunt Openbare Ruimte.
De burgerparticipatie bij spelen bestaat veelal uit sociale controle op vernieling, vervuiling etc. Bij  een aantal plekken gaat participatie, zoals in de vorm van stichtingen en buurtverenigingen, verder. Bij vervanging of nieuwe aanleg van speelgelegenheden wordt de buurt intensief betrokken, de inspraak zorgt voor draagvlak en sociale cohesie in de buurt. Vervanging is daarbij geen automatisme, gezocht wordt naar efficiëntere invulling.
Het speelbeleid dat 15 jaar oud is zal heroverwogen worden, we kunnen hierbij de afweging maken of de bereikbaarheidscirkels uit de wijkspeelplannen opgerekt kunnen worden. Het areaal speeltoestellen en ondergronden zou daardoor kunnen verminderen. Ook worden andere vormen van speelvoorzieningen (speelbossen, efficiëntere positionering, (mede)gebruik of combineren van functies) onderzocht op toepassingsmogelijkheden. Verder zal worden onderzocht welk inrichtingsniveau nodig is voor speelplekken.
Door intensief onderhoud kan de restlevensduur van de speeltoestellen iets opgerekt worden, echter de veroudering noodzaakt tot vervangingen. De jaarlijkse veiligheidsinspectie is hiervoor leidend. Voor de financiering van vervangingen kan het (verhoogde) vitaliseringsbudget worden aangesproken.

Openbare Verlichting
Conform het vigerende beleidsplan openbare verlichting (2011) worden de armaturen van de openbare verlichting vervangen door energiezuinige LED-armaturen met een betere lichttechniek en een lager energieverbruik en minder CO2 uitstoot. Deze verlichting wordt gedimd dan wel dimbaar geplaatst.
In 2018 wordt de dynamische verlichting (slimme weg) verder uitgerold. Hier worden innovatieve mogelijkheden toegepast, zodat het energieverbruik tot een minimum wordt beperkt. Bovendien zijn er mogelijkheden in het kader van de slimme buitenruimte. Onveilige straten worden conform het beleidsplan Openbare Verlichting aangepast en ook in het kader van het energieakkoord worden armaturen met daarin lampen met hoge vermogens als eerste vervangen.
De “gele” verlichting zal uit de stad verdwijnen en plaats maken voor warm witte sociaal veilige verlichting met een laag energieverbruik.