Uitgangspunten
De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de door het ministerie van Binnenlandse Zaken opgestelde circulaire gemeentefonds van 31 mei 2017. In deze circulaire wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen van de algemene uitkering voor de jaren 2017 tot en met 2021, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk.

Baten

Hieronder volgt een overzicht van de ontwikkeling van de algemene uitkering voor de jaren 2018 tot en met 2021. De baten voor de jaren 2018 tot en met 2021 zijn op prijspeil 2018 gebaseerd. Genoemde bedragen zijn inclusief de gelden voor de WMO en het deelfonds Sociaal Domein, die ook via de algemene uitkering binnenkomen (bedragen x € 1.000).

2018

2019

2020

2021

Baten

269.339

268.699

268.699

268.699

De algemene uitkering uit het gemeentefonds (inclusief WMO) is hiermee in 2018 € 10,9 miljoen hoger dan opgenomen in de begroting 2017 na wijziging. Hiervoor kan onderstaande verklaring worden gegeven (bedragen x € 1 miljoen):

Omschrijving

Bedrag

Accres

6,8

Plafond BCF

0,6

Ontwikkeling basisgegevens/uitkeringsbasis

0,2

Opschalingskorting

-0,5

Verhoogde asielinstroom

1,6

Taakmutaties met tegenpost

2,2

10,9

Accres/verhoogde asielinstroom/stelpost opvang statushouders

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens de normeringssystematiek (trap op, trap af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. De jaarlijkse toename of afname van de algemene uitkering, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd.

Het accres 2018 laat ten opzichte van de begroting 2017 na wijziging een voordelig effect zien van € 6,8  miljoen (inclusief doorwerking 2017 van € 1,3 miljoen). Het grootste deel  wordt veroorzaakt door een bijstelling van de raming van de inflatie door het CBS. Deze werkt door in een hogere loon- en prijsontwikkeling op de rijksbegroting. Het nu bepaalde accres is overigens nog geenszins een vaststaand gegeven. De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat bij de komende circulaires (tot en met september 2018) nog (forse) bijstellingen mogelijk zijn. Dit effect wordt dit jaar nog versterkt omdat de voorjaarsnota van het rijk, waarop deze circulaire is gebaseerd, beleidsarm is vanwege de demissionaire status van het kabinet.

Plafond BCF

Vanaf 2015 is er een relatie tussen de ontwikkeling van het gemeentefonds en de ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BCF). De toegestane groei van het BCF wordt vanaf 2015 gekoppeld aan de normeringssystematiek. Het BCF is daardoor voorzien van een plafond. Op dit moment is het geraamde beroep op het BCF lager dan het geraamde plafond. Deze verwachte onderschrijding leidt tot een verwachte toevoeging aan het gemeentefonds. Ten opzichte van de begroting 2017 na wijziging is er sprake van een voordeel van € 0,6 miljoen.
Evenals het accres is deze raming nog geenszins een vaststaand feit. In de komende circulaires zijn nog bijstellingen mogelijk.

Basisgegevens/uitkeringsbasis

Lokale ontwikkelingen hebben rechtstreeks effect op de algemene uitkering, landelijke effecten indirect, namelijk via de uitkeringsfactor. De effecten van de lokale en landelijke ontwikkelingen van de uitkeringsmaatstaven zijn per saldo € 0,2 miljoen voordelig.

Opschalingskorting
In het regeerakkoord is een uitname van het gemeentefonds opgenomen in verband met lagere apparaatskosten van gemeenten. Dit was ingegeven door het feit  dat er schaalvergroting van gemeenten zou plaatsvinden en daardoor de apparaatskosten zouden dalen. De verplichting tot schaalvergroting is komen te vervallen. De bezuiniging is echter blijven staan. Tot en met 2020 wordt landelijk een bedrag van € 370 miljoen uitgenomen. Dit bedrag loopt op tot € 975 miljoen in 2025.

Het effect hiervan is een nadeel van € 0,5 miljoen jaarlijks. Dus elk jaar tot en met 2025 krijgen we hiervoor een extra taakstelling van € 0,5 miljoen.

Verhoogde asielinstroom

In 2016 en 2017 zijn uit de algemene uitkering bedragen genomen, welke werden gebruikt om gemeenten te compenseren voor de plaatsing van vergunninghouders. Deze uitname vervalt in 2018. Dit levert een voordeel op van € 1,6 miljoen.

Taakmutaties met tegenpost

Het volgende overzicht van belangrijke taakmutaties waar tegenposten tegenover staan kan worden gegeven (bedragen x € 1 miljoen):

Taak

Bedrag

Maatschappelijke opvang

0,6

Vrouwenopvang

0,1

Verhoogde asielinstroom

-1,7

Individuele studietoeslag

0,1

Uitvoeringskosten participatiewet

0,1

Versterking peuterspeelzaal

-0,2

Voorschoolse voorzieningen peuters

0,1

Cumulatieregeling gemeentefonds

0,2

Gezamenlijke uitvoering van gemeentelijke activiteiten

0,4

Sociaal domein:

Participatie

-0,7

Jeugd 2015

-2,1

WMO (de grootste verklaring van dit verschil is de toevoeging van de gemeente Meierijstad)

5,3

Gezamenlijke uitvoering van gemeentelijke activiteiten

De gemeenten werken op een aantal punten nauw samen om de uitvoering van publieksdiensten te stroomlijnen en de toegankelijkheid ervan te vergroten. Bijvoorbeeld in het kader van de Digitale Agenda 2020. De financiering van dergelijke gezamenlijke gemeentelijke activiteiten verliep tot en met 2017 door een rechtstreekse uitname uit het Gemeentefonds door de VNG (na goedkeuring ervan door de Algemene Ledenvergadering van de VNG). Met ingang van 2018 wordt de financieringsroute aangepast. De middelen voor de gezamenlijke gemeentelijke activiteiten, in totaal € 43,223 miljoen excl. btw (ofwel € 2,532 per inwoner), worden vanaf dat moment niet meer door de VNG direct uitgenomen uit het Gemeentefonds, maar naar rato van het inwonertal bij alle gemeenten gefactureerd door de VNG, die de gezamenlijke gemeentelijke activiteiten organiseert en uitvoert.

Daartoe heeft de ALV VNG besloten het Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering in het leven te roepen. De nettobijdrage van de gemeenten aan het fonds GGU in 2018 is even groot als de totale uitname door de VNG (incl. KING) in 2017. Jaarlijks legt de VNG aan alle gemeenten verantwoording af over de gezamenlijke gemeentelijke activiteiten in de ALV.