Risicomanagement Vennootschappen en coöperaties

Kwekkelstijn BV

Binnen de exploitatie van Combibad Kwekkelstijn is het buitenbad door de weersafhankelijkheid een risicofactor. Een slechte zomer betekent jaarlijks een omzetverlies van circa € 30.000. De hoogte van de algemene reserve binnen deze vennootschap tot maximaal € 90.000 is toereikend om enige slechtere jaren van het buitenbad op te kunnen vangen.
De inhuur van personeel voor het buitenbad is seizoens- en weersafhankelijk, dit is één van de belangrijkste beheers aspecten en aandachtspunten voor kostenbewaking door Kwekkelstijn. Een  nieuw ingevoerd roostersysteem draagt daar aan bij. De voorbereidingen zijn gestart om in 2018 te komen tot een semipermanente overkapping van het 25 meter buitenbassin. Het is de bedoeling dat in de zomerperiode het bassin dienst doet als buitenbassin en de overige jaargetijden als extra trainings- en wedstrijdbinnenbassin voor met name zwemverenigingen en banenzwemmers. Tussen de gemeente ’s-Hertogenbosch en Exploitatiemaatschappij Combibad Kwekkelstijn B.V. is voor de jaren 2017 tot en met 2019 een exploitatie- en huurovereenkomst aangegaan op basis van de huidige situatie, dat wil zeggen zonder overkapt buitenbassin. De overkapping zal naar verwachting de hoogte van de benodigde gemeentelijke exploitatiebijdrage beïnvloeden. Zodra dit duidelijk is, zal een voorstel tot aanpassing van de exploitatieovereenkomst 2017-2019 worden gedaan.

Ontwikkelingsmaatschappij Sport en Vrije Tijd ’s-Hertogenbosch N.V.

De in 1996 door Libéma Vrijetijdsparken BV, Exploitatiemaatschappij Sportiom BV, Gemeente ‘s-Hertogenbosch, Ontwikkelingsmaatschappij NV en Verhuurmaatschappij NV gesloten koepelovereenkomst eindigt op 31-12-2018. Zoals toegelicht in het raadsvoorstel uit 2007 (nr. 07.0543) wordt in de gemeentebegroting tot nu toe uitgegaan van exploitatie van het Sportiom t/m 2025, ongeacht door welke partij, op basis van gelijkblijvende uitgangspunten en afspraken. De financiële meerjaren prognose t/m 2025 wordt jaarlijks als bijlage opgenomen bij de begroting ten behoeve van uw Raad.

Waardering Ontwikkelingsmaatschappij
De aandelen (100%) van de gemeente in de Ontwikkelingsmaatschappij zijn gewaardeerd tegen oorspronkelijke verkrijgingsprijs (€ 19,1 mln.), waarbij rekening dient te worden gehouden met duurzame waardevermindering. Daarom is in de gemeentelijke jaarrekeningen vanaf de aanvang van de exploitatie in 1998 een risicoreserve gevormd (later omgezet in een voorziening), welke op 31 december 2025 toereikend moest zijn om deze duurzame waardevermindering van de deelneming in de Ontwikkelingsmaatschappij te compenseren. De gevormde voorziening werd ook gebruikt ter egalisatie van een aantal kosten- en opbrengstenposten die verband houden met (het gemeentelijke aandeel in) de exploitatie van het Sportiom. Dit betreft onder andere de bijdragen uit de dienstverleningsovereenkomst met de exploitatiemaatschappij, de personele kosten van (oud-)medewerkers van de gemeente in Sportiom, de kosten van vervanging van technische installaties en daarnaast de opbrengsten van verenigingen, particulieren en scholen.

Met ingang van 2010 is de waarderingssystematiek gewijzigd. Vanaf dat jaar wordt jaarlijks door de gemeente een exploitatievergoeding/kapitaalstorting verstrekt aan de Ontwikkelingsmaatschappij, in plaats van de vorming van een risicovoorziening door de gemeente. De reden van deze (budgettair neutrale) wijziging was dat de deelneming te hoog was gewaardeerd op de balans van de gemeente en dat sprake was van een structureel verliesgevende onderneming. In de jaarrekeningen 2010 en 2012 van de gemeente is daarnaast een voorziening gevormd van € 4,5 mln.

Vanaf de aanvang van de exploitatie van het Sportiom is de waardering van de aandelen van de gemeente (tussentijds) dus hoger dan de feitelijke waarde (eigen vermogen) van de Ontwikkelingsmaatschappij (het verschil ultimo 2016 bedraagt € 9,4 mln. o.b.v. de concept jaarrekening 2016). De waardevermindering wordt gedurende de looptijd van de exploitatie gecompenseerd door middel van de jaarlijkse exploitatiebijdrage/kapitaalstorting door de gemeente, welke structureel is voorzien in de begroting.
Bij de bepaling van het verwachte vermogen van de Ontwikkelingsmaatschappij ultimo 2025 wordt uitgegaan van een waarde van het pand Sportiom van € 7,5 mln. Uiteraard zal te zijner tijd moeten blijken wat de feitelijke marktwaarde op dat moment is.

In de koepelovereenkomst is de bepaling opgenomen dat de Ontwikkelingsmaatschappij de aandelen van Libéma (15%) in de Verhuurmaatschappij moet overnemen voor € 3,4 mln. Rekening houdend met onder andere deze betalingsverplichting van € 3,4 mln., resteert ultimo 2025 een maximaal risico van € 1,8 mln., nog uitgaande van voorzetting van de exploitatie t/m 2025.
Bij beëindiging van de koepelovereenkomst en overname van de aandelen per 31-12-2018 wordt de Ontwikkelingsmaatschappij 100% aandeelhouder in de Verhuurmaatschappij en zijn alle financiële baten, lasten, bezittingen en schulden in de Verhuurmaatschappij voor rekening van de Ontwikkelingsmaatschappij (en dus gemeente ’s-Hertogenbosch). Hiermee is rekening gehouden in bovengenoemd risicobedrag van € 1,8 mln.

Exploitatie vanaf 2019
Op 7 maart 2017 heeft uw Raad ingestemd met het voorstel tot voortzetting van de exploitatie van het Sportiom voor de periode 2019 t/m 2038, binnen de huidige financiële ruimte in de meerjarenbegroting. Wij verwachten dat de toekomstige exploitatieresultaten, mede als gevolg van deze op te starten aanbesteding en de langere verwachte levensduur van het complex kunnen verbeteren. Op dit moment is het aannemelijk dat er voldoende kasstromen ook na 2025 gegenereerd worden om de huidige boekwaarde (rekening houdend met de voorziening) terug te verdienen.

Verhuurmaatschappij De Vliert

Zie Ontwikkelingsmaatschappij Sport en Vrije Tijd ’s-Hertogenbosch N.V.

N.V. Bossche Investeringsmaatschappij

In het jaarverslag van de BIM wordt ingegaan op het risicomanagement. Risicomanagement is regelmatig onderwerp van gesprek tussen directie en raad van commissarissen. Het vormt een steeds belangrijker onderdeel van de besturing van de BIM. Jaarlijks wordt met de accountant gesproken over de interne risicobeheersingssystemen. De afgelopen paar jaar zijn stappen gezet om het risicomanagement verder te verankeren in de organisatie. Een belangrijk financieel risico bij de BIM ligt in de waardeontwikkeling van het onroerend goed. De bedrijfspanden in verhuurexploitatie zijn onroerende zaken die aangehouden worden om huuropbrengsten en/of waardestijgingen te realiseren. Ten behoeve van de jaarrekening wordt jaarlijks het vastgoed in eigendom van de BIM door een onafhankelijk extern taxateur getaxeerd. De algemene ontwikkelingen op de markt voor bedrijfsmatig vastgoed, alsmede de specifieke situatie per object, met name de bezettingsgraad, de lengte van de huurcontracten en de kwaliteit van de huurders worden daarbij kritisch tegen het licht gehouden. De externe accountant van de BIM heeft de afgelopen paar jaar steeds vastgesteld dat de externe taxaties goed bruikbaar zijn voor de onderbouwing van de actuele waardes van de panden.

De financieringsrisico’s zijn sinds alle leningen van de BIM zijn ondergebracht bij de grootaandeelhouder de gemeente ’s-Hertogenbosch relatief beperkt. Hierbij is overeengekomen dat op basis van de beschikbare aflossingscapaciteit, wordt afgelost. Hiermee wordt vermeden dat bij eventuele liquiditeitskrapte toch moet worden afgelost, waardoor de organisatie in liquiditeitsproblemen zou kunnen komen. In 2015 en 2016 heeft de BIM overigens in ruimte mate afgelost.
Wat het operationeel risico betreft is het van belang dat de BIM in control is in haar operatie. Met name op het gebied van rapportages zijn sinds 2015 acties ingezet die er nog meer toe dienen te leiden dat informatie betrouwbaar en snel toegankelijk is, zodat waar wenselijk tijdig kan worden bijgestuurd.

N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Industriegebouwen

Het risico van de MEI ten aanzien van de jaarlijkse exploitatie is beperkt. Met de exploitant is een huurovereenkomst gesloten die loopt tot 2020. Conform de tussen partijen gesloten parapluie overeenkomst is inmiddels gestart met de onderhandelingen over de periode na 31 december 2020. De resultaten van die onderhandelingen zijn bepalend voor de ontwikkeling van het eigen vermogen en de liquiditeit van de vennootschap in de volgende jaren.

Brabant Life Sciences Seed Fonds BV

Brabant Life Sciences Seed Fonds BV (BLSSF) is operationeel sinds 2009. Vijf partijen, waar onder de BIM, investeren gezamenlijk € 4 miljoen. Van het rijk is een renteloze lening verkregen van € 4 miljoen. Tot slot is de provincie mede-participant. Zij heeft een bedrag van eveneens € 4 miljoen beschikbaar gesteld. Totaal was hiermee € 12 miljoen beschikbaar dat (grotendeels) als risicokapitaal is geïnvesteerd in nieuwe kleine Life Sciences bedrijven. Het fondsmanagement is in handen gesteld van WesterToren Innovation Ventures B.V .. Daarnaast wordt het fonds ondersteund door een Wetenschappelijke Adviesraad. In de loop van 2015 is een eerste deelneming verkocht. Het inmiddels uitgekeerde dividend overtreft echter de inleg nog niet dus er blijft een risico aanwezig dat niet het totaal geïnvesteerde kapitaal wordt terugverdiend.

Bosch Investerings Fonds B.V.

Het Bosch Investering-Fonds (BIF) is eind 2016 door de BIM opgericht. De eerste investeringen worden pas in de loop van 2017 verwacht. De gemeente heeft hiervoor € 8 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag is door uw raad opgenomen in de gemeentelijke begroting. Het gaat hier om risicokapitaal dat geïnvesteerd wordt in jonge, (innovatieve) bedrijven. BIF B.V. vormt samen met een aantal private investeerders een beleggingsfonds. Een voornemen tot financiering, uitbreiding van financiering of desinvestering worden voorgelegd aan een investeringscommissie. BIM legt in haar hoedanigheid van bestuurder van BIF B.V. verantwoording af over het door haar gevoerde bestuur aan haar aandeelhouder(s) in de reguliere jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van de N.V. BIM. Minimaal wordt hiertoe het door een accountant goedgekeurde, definitieve jaarverslag inclusief jaarrekening van BIF B.V. over het afgesloten boekjaar ter informatie op de agenda van de aandeelhoudersvergadering van N.V. BIM geplaatst.

CBL Vennootschap BV

Met de liquidatie van het CBL Escrow Fonds is alleen nog sprake van een risico en daarmee aansprakelijkheid voor de verkopende aandeelhouders ter hoogte van het bedrag dat wordt aangehouden in de vennootschap. (afgerond $ 1 mln.).
Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de verkopende aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 20.000), art 2.81 BW.

Vordering op Enexis BV

De aandeelhouders lopen zeer beheerst geachte risico’s op Enexis voor de niet -tijdige betaling van rente en/of aflossing en, in het ergste geval, faillissement van Enexis.
Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 20.000), art 2.:81 BW.

Verkoop Vennootschap BV

Het financiële risico is na de liquidatie van het General Escrow Fonds relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 20.000), art 2.:81 BW.

CVS Amsterdam BV

Het financiële risico is beperkt tot eventuele claims van Waterland als gevolg van garanties en vrijwaringen die door de verkopende aandeelhouders zijn afgegeven en tot het maximale bedrag van € 13,5 miljoen op de escrow-rekening.
Daarnaast is het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders relatief gering en beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 20.000), art 2.:81 BW.

Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV

Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal van deze vennootschap (totaalbedrag € 1.496.822) (art 2.:81 BW).

Enexis Holding

Risico Management is een belangrijk onderdeel van het besturingsprogramma van Enexis. Het richt zich met een brede invalshoek op alle facetten van de onderneming; van strategische en operationele risico's tot de betrouwbaarheid van (financiële) rapportages en het voldoen aan wet en regelgeving. De lijn – en projectmanagers op alle niveaus in de organisatie zijn zelf verantwoordelijk voor het identificeren van risico's en het nemen van maatregelen. Risicospecialisten ondersteunen hen bij het kwantificeren, beperken en bewaken van de risico's. Deze decentrale verantwoordelijkheid is een essentieel element van de gehele risicobenadering. Op centraal niveau is een risico management comité ingericht dat de implementatie van risico managementbeleid bewaakt. In dat comité zitten naast een delegatie van het managementteam deskundigen op het gebied van risicomanagement.
De belangrijkste risico's zijn:

  • Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen stellen hoge eisen aan het veranderen vermogen van de medewerkers. Door strategische personeelsplanning bereid Enexis zich voor op veranderingen in de omgeving, de techniek en de maatschappij. Het ontwikkel- en verandervermogen van de medewerkers bevorderen ze met initiatieven op het gebied van duurzame inzetbaarheid, leiderschapsontwikkeling en permanente educatie.
  • Het risico op ongevallen is sterk verweven met de primaire processen. Beheersing van het aantal ongevallen heeft dan ook structureel veel aandacht binnen Enexis. Intensivering van het onderhoud aan verouderde delen van het netwerk levert een verhoogde kans op ongevallen op. Enexis werkt consequent aan versterking van het veiligheidsbewustzijn van het personeel en dat van haar aannemers.
  • Om het risico op verslechtering van de performance en de betrouwbaarheid van de ICT omgeving te beheersen verminderd Enexis de complexiteit van de ICT omgeving. Dit doet ze onder andere door architectuurbewaking bij de implementatie van ketenprocessen. Professionele 3e partijen testen periodiek de beveiliging van het netwerk en de systemen en data. Het Securitiesplan leidt tot een volwassener IT security. Een regiegroep zorgt voor de uitvoering van een security awereness programma en Enexis brede securitytesten op relevante ICT omgevingen.
  • De energiewetgeving is in beweging. Met name wijzigingen in stroomwetgeving zouden gevolgen kunnen hebben voor Enexis. Om tijdig te kunnen anticiperen houdt Enexis de ontwikkelingen nauwkeurig in de gaten en wordt intensief overleg gevoerd met de autoriteit consument & markt zowel individueel als in sectorverband.
  • Door grootschalige aanbieding van slimme meters neemt het risico op operationele problemen toe. Ook omdat deze meters geavanceerder zijn dan de traditionele meters. Dit vraagt om meer kennis en kunde voor installatie en het oplossen van storingen. Enexis regisseert de uitrol en monitoring van de werking van de slimme meters nauwkeurig. Hierdoor is de kans dat ze voor onaangename verrassingen komen te staan klein.

NV Bank Nederlandse Gemeenten

Het aangaan en beheersen van risico’s is inherent aan de bedrijfsvoering van een bank. Zonder het accepteren van een bepaalde mate van krediet-, markt-, liquiditeits- en operationeel risico is het voeren van een bankbedrijf niet mogelijk. BNG Bank kent alleen een bankenboek en geen handelsboek. Het risicobeheer van BNG Bank is gericht op handhaving van het veilige risicoprofiel van de bank. Dit profiel komt tot uitdrukking in hoge externe kredietratings. Om deze reden hanteert BNG Bank een strak kapitalisatiebeleid, met ondergrenzen voor de leverage ratio en de Tier 1-ratio. Deze grenzen bepalen in combinatie met de beperking van de dienstverlening zoals vastgelegd in haar statuten het werkgebied en de actieradius van de bank. In haar jaarverslag beschrijft en rapporteert de Bank in maar liefst 90 pagina’s haar risicomanagement. Dit jaarverslag is beschikbaar via www.bngbank.nl/jaarverslag.

Brabant Water NV

Risicobeheersing is een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering en richt zich met een brede invalshoek op alle facetten van de onderneming: van strategische en operationele risico`s tot de betrouwbaarheid van financiële rapportages en het voldoen aan wet- en regelgeving. Onderdeel van dit risicobeleid is een zorgvuldige afweging welke risico`s Brabant Water loopt, welke beheersmaatregelen ingezet worden en hoe Brabant Water controle houden op de effectiviteit en de naleving van de regels.
In 2015 is het risicomanagementbeleid en het kader voor risicomanagement vastgesteld. Het stelsel van maatregelen voor risicobeheersing is bedoeld om effectiever om te gaan met onzekerheden, zodat bedreigingen worden ingeperkt en kansen optimaal worden benut. Onderdeel van het beleid is een bedrijfsbrede risicomatrix die een hulpmiddel is om de risicobereidheid van Brabant Water te bepalen. In haar jaarverslag beschrijft en rapporteert Brabant Water over haar risicomanagement. Dit jaarverslag is beschikbaar via jaarverslag2016.brabantwater.nl/

Bossche Banen BV

De Bossche Banen BV is formeel aansprakelijk voor haar activiteiten en personeel. Voor het realiseren van de doelstelling heeft de verbonden partij contractuele afspraken gemaakt met de voormalig afdeling AMSZ van de gemeente en het UWV werkbedrijf. De Bossche Banen BV ontvangt loonkostensubsidie voor dekking van de loon- en bijkomende kosten. Daardoor is het financiële risico afgedekt.

Schoonmaak Coöperatie

De Schoonmaak Coöperatie is formeel aansprakelijk voor haar activiteiten. De leden zijn niet aansprakelijk voor door de Schoonmaak Coöperatie verrichte activiteiten en eventuele schulden.

BV Zuid Nederlandse Theatermaatschappij ’s-Hertogenbosch

Risico is de verdere besluitvorming en realisatie over de nieuwbouw van het theater en in die periode mogelijke programmering, en de daarmee samenhangende inkomsten.

Haverleij BV

De activiteiten van de B.V. waren sinds 2012 grotendeels bevroren en zijn in 2016 weer opgepakt. Door PPHP (Sjoerd Soeters) is een actueel stedenbouwkundig plan opgesteld voor de twee nog te realiseren kastelen Oeverhuyze en Heesterburgh. Op basis hiervan is een Ruimtelijk en Functioneel kader opgesteld, dat in oktober 2017 aan uw raad is aangeboden ter vaststelling.
Op de balans van Haverleij B.V. staan 20 woningen van het kasteel Beeckendael. Deze worden alle verhuurd. Gezien de verhuur is het risico op de woningen in voorraad sterk verminderd. Er sprake van een rendabele verhuur. Van de zogenaamde bosrandkavels zijn er nog vier van de twaalf niet verkocht. Één hiervan wordt naar verwachting in ieder geval verkocht in 2017.
De vennootschap zet de exploitatie van de golfbaan voort onder de huidige condities overeenkomstig de langdurende verhuurovereenkomst met de exploitant. De B.V. verkent de mogelijkheden om te komen tot verkoop van de golfbaan.

De marktrisico’s voor de B.V. lijken in deze fase van het project te overzien en binnen de vennootschap op te vangen, mede in het licht van het aanzienlijke eigen vermogen van de B.V. ter grootte van circa  € 10,9 miljoen.

BV Paleiskwartier

Nieuwe deelplannen worden alleen verder in ontwikkeling gebracht, als er voldoende zekerheid is over de afzet van het programma, bijvoorbeeld door vooraf afspraken met beleggers over de afname van huurappartementen te maken en door vooraf huurcontracten met afnemers van kantoren en andere commerciële ruimtes te sluiten. Een uitzondering is de ontwikkeling van De Office, vanwege de koppeling met De Livin’ (qua geluid en parkeren). Per ontwikkeling worden binnen de B.V. de mogelijke risico’s in beeld gebracht, zodat op basis daarvan een afgewogen besluit kan worden genomen door directie en Raad van Commissarissen.

Bij in aanbouw zijnde deelplannen worden de risico’s zo veel mogelijk verkleind door maatregelen zoals het verhuren van gerealiseerde woningen en het zo nodig in delen verhuren van kantoorruimte aan geïnteresseerde partijen. Ook het in verhuurde staat verkopen van appartementen aan een belegger is in de huidige markt een reële optie.

In het directieverslag wordt sinds 2013 in een aparte paragraaf ingegaan op de door de vennootschap gebruikte financiële instrumenten. De risico’s op uitstaande vorderingen alsmede de renterisico’s zijn op dit moment beperkt. Het management bewaakt nadrukkelijk de liquiditeitspositie van de vennootschap.  

BV Willemspoort

Het risico op het noordelijke plandeel is inmiddels beperkt. De gronden hierin zijn grotendeels verkocht en een groot deel van de woningen wordt in 2017 opgeleverd. De bijbehorende financiële afwerking past binnen de geldende  grondexploitaties van zowel de BV als de gemeente. Wel staat de financiële haalbaarheid van het laatste nog te realiseren wooncomplex onder druk. Daarnaast was bij de ontwikkeling van het entreegebied naast het reeds geopende hotel/brasserie ook een woon-zorgcomplex voorzien. Inmiddels is duidelijk dat dit initiatief in deze omgeving niet haalbaar is vanwege de geluidsnormen. Directie en RvC onderzoeken alternatieven, die niet als geluidsgevoelige voorziening worden aangemerkt.

Er wordt gewerkt aan een programma voor Willemspoort zuid. De focus ligt op woningbouw. Daaraan worden, op basis van de door de raad vastgestelde kaders, (commerciële) voorzieningen toegevoegd. Deze dienen als communicerende vaten om te komen tot  een volwaardig en financieel acceptabel plan. De doelgroep, gerelateerd aan food&health en het JBZ blijft ongewijzigd.  Het risicoprofiel van de ontwikkeling van de zuidzijde is daarom nog niet geheel duidelijk.

In de gemeentelijke jaarrekening 2013 is uit voorzichtigheidsoverwegingen binnen het grondbedrijf op dit project een voorziening ter grootte van € 4 miljoen getroffen. Vanwege de lagere rentekosten dan eerder geraamd en de positieve ontwikkeling van het project, is in de gemeentelijke jaarrekening 2016 deze voorziening verlaagd naar € 2,8 miljoen. Wel blijven zowel de B.V. als het grondbedrijf de risico’s kritisch beoordelen.

CV Willemspoort

Het risico op het noordelijke plandeel is inmiddels beperkt. De gronden hierin zijn grotendeels verkocht en een groot deel van de woningen wordt in 2017 opgeleverd. De bijbehorende financiële afwerking past binnen de geldende  grondexploitaties van zowel de BV als de gemeente. Wel staat de financiële haalbaarheid van het laatste nog te realiseren wooncomplex onder druk. Daarnaast was bij de ontwikkeling van het entreegebied naast het reeds geopende hotel/brasserie ook een woon-zorgcomplex voorzien. Inmiddels is duidelijk dat dit initiatief in deze omgeving niet haalbaar is vanwege de geluidsnormen. Directie en RvC onderzoeken alternatieven, die niet als geluidsgevoelige voorziening worden aangemerkt.

Er wordt gewerkt aan een programma voor Willemspoort zuid. De focus ligt op woningbouw. Daaraan worden, op basis van de door de raad vastgestelde kaders, (commerciële) voorzieningen toegevoegd. Deze dienen als communicerende vaten om te komen tot  een volwaardig en financieel acceptabel plan. De doelgroep, gerelateerd aan food&health en het JBZ blijft ongewijzigd.  Het risicoprofiel van de ontwikkeling van de zuidzijde is daarom nog niet geheel duidelijk.

In de gemeentelijke jaarrekening 2013 is uit voorzichtigheidsoverwegingen binnen het grondbedrijf op dit project een voorziening ter grootte van € 4 miljoen getroffen. Vanwege de lagere rentekosten dan eerder geraamd en de positieve ontwikkeling van het project, is in de gemeentelijke jaarrekening 2016 deze voorziening verlaagd naar € 2,8 miljoen. Wel blijven zowel de B.V. als het grondbedrijf de risico’s kritisch beoordelen.

Coöperatieve Vereniging Midwaste Milieu UA

De Coöperatieve Vereniging Midwaste Milieu U.A. is begin 2009 opgericht en heeft als belangrijkste doel het voor haar leden bereiken van de hoogst mogelijke kwaliteit tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten v.w.b. het inzamelen en verwerken van afval. De coöperatieve vereniging is de juiste entiteit welke past bij de gestelde doelen van de (toekomstige) leden en de toekomstige ontwikkelingen. De coöperatieve vereniging is een rechtspersoon en dus aansprakelijk voor haar doen en laten. De Coöperatieve Vereniging Midwaste Milieu U.A. is een CV met een uitgesloten aansprakelijkheid. Het lidmaatschap van de gemeente ’s-Hertogenbosch van de Coöperatieve Vereniging Midwaste Milieu U.A. betekent dat de gemeente niet aansprakelijk is voor nadelige gevolgen van overeenkomsten die de coöperatie sluit met andere partijen (andere leden en derden). Binnen de coöperatie zijn wij uitsluitend aansprakelijk voor die zaken waarvoor wij zelf een overeenkomst hebben gesloten met de coöperatie.

Risicomanagement Zware gemeenschappelijke regelingen

Veiligheidsregio Brandweer

Schaalvergroting van meldkamers
Nederland kent op dit moment 25 meldkamers waarvan 22 regionale meldkamers werkzaam zijn ten behoeve van politie, brandweer en de ambulancevoorzieningen. De schaalvergroting wordt geëffectueerd middels een transitieakkoord met daarin de samenvoeging tot één landelijke meldkamerorganisatie (met maximaal 10 locaties) die onder leiding komt te staan van het ministerie van Veiligheid & Justitie. Welke financiële risico’s dat met zich meebrengt voor de deelnemende gemeenten binnen onze veiligheidsregio met betrekking tot het Gemeenschappelijke Meldcentrum en de meldkamer van de Brandweer is nog niet bekend, evenals de omvang daarvan.
Het positieve resultaat van de jaarrekening 2016 van het GMC bedraagt € 999.000. Dit voordeel is met name ontstaan vanwege uitgestelde investeringen en lagere beheerskosten, in afwachting van de nieuwe (samengevoegde) meldkamer Oost-Brabant.
In verband met de verwachte frictiekosten voor de samenvoeging van de meldkamers Brabant Zuidoost en Brabant Noord alsmede het noodzakelijk afboeken van activa, wordt voorgesteld dit resultaat te storten in een 2-tal nieuw te vormen reserves, nl. de reserve “Desinvesterings- en frictiekosten samenvoeging meldkamers” (€ 521.411) en de reserve “Onvoorziene kosten samenvoeging meldkamers” (€ 477.331).

Veiligheidsregio GHOR

Schaalvergroting van meldkamers
Nederland kent op dit moment 25 meldkamers waarvan 22 regionale meldkamers werkzaam zijn ten behoeve van politie, brandweer en de ambulancevoorzieningen. De schaalvergroting wordt geëffectueerd middels een transitieakkoord met daarin de samenvoeging tot één landelijke meldkamerorganisatie (met maximaal 10 locaties) die onder leiding komt te staan van het ministerie van Veiligheid & Justitie. Welke financiële risico’s dat met zich meebrengt voor de deelnemende gemeenten binnen onze veiligheidsregio met betrekking tot het Gemeenschappelijke Meldcentrum en de meldkamer van de Brandweer is nog niet bekend, evenals de omvang daarvan.
Het positieve resultaat van de jaarrekening 2016 van het GMC bedraagt € 999.000. Dit voordeel is met name ontstaan vanwege uitgestelde investeringen en lagere beheerskosten, in afwachting van de nieuwe (samengevoegde) meldkamer Oost-Brabant.
In verband met de verwachte frictiekosten voor de samenvoeging van de meldkamers Brabant Zuidoost en Brabant Noord alsmede het noodzakelijk afboeken van activa, wordt voorgesteld dit resultaat te storten in een 2-tal nieuw te vormen reserves, nl. de reserve “Desinvesterings- en frictiekosten samenvoeging meldkamers” (€ 521.411) en de reserve “Onvoorziene kosten samenvoeging meldkamers” (€ 477.331).

Veiligheidsregio Gemeenschappelijk meldcentrum

Schaalvergroting van meldkamers
Nederland kent op dit moment 25 meldkamers waarvan 22 regionale meldkamers werkzaam zijn ten behoeve van politie, brandweer en de ambulancevoorzieningen. De schaalvergroting wordt geëffectueerd middels een transitieakkoord met daarin de samenvoeging tot één landelijke meldkamerorganisatie (met maximaal 10 locaties) die onder leiding komt te staan van het ministerie van Veiligheid & Justitie. Welke financiële risico’s dat met zich meebrengt voor de deelnemende gemeenten binnen onze veiligheidsregio met betrekking tot het Gemeenschappelijke Meldcentrum en de meldkamer van de Brandweer is nog niet bekend, evenals de omvang daarvan.
Het positieve resultaat van de jaarrekening 2016 van het GMC bedraagt € 999.000. Dit voordeel is met name ontstaan vanwege uitgestelde investeringen en lagere beheerskosten, in afwachting van de nieuwe (samengevoegde) meldkamer Oost-Brabant.
In verband met de verwachte frictiekosten voor de samenvoeging van de meldkamers Brabant Zuidoost en Brabant Noord alsmede het noodzakelijk afboeken van activa, wordt voorgesteld dit resultaat te storten in een 2-tal nieuw te vormen reserves, nl. de reserve “Desinvesterings- en frictiekosten samenvoeging meldkamers” (€ 521.411) en de reserve “Onvoorziene kosten samenvoeging meldkamers” (€ 477.331).

Heesch-West

In haar jaarverslag 2016 heeft de GR Heesch West het risicoprofiel van de grondexploitatie bijgesteld van “hoog” naar “middel”. Deze verlaging is met name veroorzaakt door een afname van het renterisico als gevolg van het afsluiten van langjarige projectleningen en de bijstelling van het totaal uitgeefbare gebied van 76 hectare naar 50 hectare. De belangrijkste projectrisico’s blijven de start uitgifte, het jaarlijkse uitgiftetempo, de uitgifteprijs en een hogere kostenstijging.
De grondexploitatie laat per heden een tekort zien van 43,7 miljoen voor de gezamenlijke gemeenten. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft voor haar aandeel van 58% een voorziening getroffen van
€ 25,3 miljoen. Gezien de complexiteit en de grootte van het project zijn er nog tal van onzekerheden. Om die reden houden wij dan ook voor dit project een risicobuffer aan als onderdeel van onze algemene reserve van het grondbedrijf. Het blijft evenwel onze ambitie om een bedrijventerrein van minimaal 76 ha. te realiseren en (daarmee) een deel van de voorziening terug te verdienen.

GGD Hart van Brabant

De GGD Hart van Brabant wijdt een aparte paragraaf in haar jaarrekening aan weerstandsvermogen en risicobeheersing. De belangrijkste risico’s worden vermeld en toegelicht, inclusief een inschatting van het risicobedrag en de kans waarin een risico zich kan voordoen. Voor 2016 is er een risicobedrag van € 2,2 miljoen ingeschat wat door reserves en voorzieningen gedekt zou moeten worden.
Het gaat dan met name om:

  • risico op aanvullende dienstverlening (€ 0,94 miljoen): Ongeveer 33% van de omzet van de GGD komt uit plustaken, met het gebruikelijke ondernemersrisico. De opbrengst uit plustaken draagt ook bij aan de dekking van de algemene, indirecte kosten. Daarom wordt er een risicomarge ingeschat van 5% van deze omzet. Kans dat zich dit voordoet is hoog, de druk op de gemeentelijke financiën wordt groter en de stringentere subsidievoorwaarden en nieuwe vormen van inkoop vergroten dit risico ook.
  • verlofsaldi ( € 0,55 miljoen): Toelichting risicobeheer op verlofsaldi: Het verlof van medewerkers aan het eind van het jaar gaat automatisch over naar het volgend jaar en dit verlof mag wettelijk niet vervallen (er wordt een maximum van 72 uur aangehouden). Een deel staat gereserveerd in een voorziening op de balans. De kans dat dit risico zich volledig voordoet is laag.

Daarnaast zijn er nog een aantal risico’s ingeschat welke via een andere maatregel (o.a. dekking door voorziening of bestemmingsreserve) opgevangen kunnen worden zonder de algemene reserve aan te spreken. Het betreft dan o.a. een risico invoering individueel keuzebudget met kans hoog, die een bestemmingsreserve ter dekking heeft (nieuw in te voeren reserve middels resultaatbestemming).     

Na vaststelling van het jaarverslag en de jaarrekening 2016 is de stand van de reserves:

  • Algemene reserve € 2,93 miljoen
  • Bestemmingsreserves € 8,16 miljoen

De reserves zijn toereikend voor de dekking van de risico’s en andere onverwachte ontwikkelingen.

Heesch-West

In haar jaarverslag 2016 heeft de GR Heesch West het risicoprofiel van de grondexploitatie bijgesteld van “hoog” naar “middel”. Deze verlaging is met name veroorzaakt door een afname van het renterisico als gevolg van het afsluiten van langjarige projectleningen en de bijstelling van het totaal uitgeefbare gebied van 76 hectare naar 50 hectare. De belangrijkste projectrisico’s blijven de start uitgifte, het jaarlijkse uitgiftetempo, de uitgifteprijs en een hogere kostenstijging.
De grondexploitatie laat per heden een tekort zien van 43,7 miljoen voor de gezamenlijke gemeenten. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft voor haar aandeel van 58% een voorziening getroffen van
€ 25,3 miljoen. Gezien de complexiteit en de grootte van het project zijn er nog tal van onzekerheden. Om die reden houden wij dan ook voor dit project een risicobuffer aan als onderdeel van onze algemene reserve van het grondbedrijf. Het blijft evenwel onze ambitie om een bedrijventerrein van minimaal 76 ha. te realiseren en (daarmee) een deel van de voorziening terug te verdienen.

Omgevingsdienst Brabant-Noord

Wij ondersteunen het initiatief van de Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN) om te komen tot een adequaat geborgd risicomanagement. Risicomanagement  is  erop  gericht  om  de  schadelijke  gevolgen  van  risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. Het is een instrument  om op een gestructureerde en eenduidige wijze risico's in kaart te brengen en te leren beheersen. Daarvoor worden structureel risicoanalyses gemaakt; nadat een risico is beschreven worden de mogelijke financiële gevolgen en de kans dat een risico zich voordoet in beeld gebracht. Belangrijkste risico’s waarmee de ODBN zich blijkens de ontwerpbegroting 2018 geconfronteerd ziet, bevinden zich op het terrein van de planning van de werkzaamheden en/of een mogelijk verminderd of veranderend werkpakket van de aan de ODBN deelnemende partners. Dientengevolge zou een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch kunnen (gaan) optreden tussen de eisen/wensen van opdrachtgevers en de mate waarin de ODBN aan deze eisen/wensen kan voldoen. Dit kan ook gevolgen hebben voor het aanwezige opleidingsbudget. Hierover worden zo nodig nog aanvullende afspraken gemaakt met de partners.

Risicomanagement Zware regionale samenwerkingsverbanden

Regionaal samenwerkingsverband Noordoost Brabant/AgriFoodCapital

De bestuurlijke regionale samenwerking kent beperkte risico’s omdat zij alleen participeert in overheidsprojecten. De regio staat breed bekend als Agrifood Capital .  Agrifood Capital is zelf geen opdrachtgever maar dit zijn de gezamenlijke deelnemende gemeenten.
Het samenwerkingsverband Agrifood Capital geeft jaarlijks een opdracht aan Agrifood Capital B.V. De BV participeert in publieke en private projecten. De hoogte van het totale bedrag is echter gelimiteerd  tot de opdrachtwaarde van € 1 miljoen. De Stichting Agrifood Capital houdt 100% van de aandelen en het stichtingsbestuur bestaat uit vertegenwoordigers van het samenwerkingsverband, de regionale opleidingsinstituten en vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen.
Een Raad van Commissarissen houdt toezicht op Agrifood Capital B.V. Het risico is dat de stichting AgriFoodCapital en de BV AgrifoodCapital in financiële problemen kunnen komen. In dat geval is de regio Noordoost Brabant als deelnemer in het stichtingsbestuur en daarmee de gemeenten als deelnemers in de regionale samenwerking (mede) verantwoordelijk. Het financiële risico is echter beperkt tot het aandelenkapitaal van €60.000.

Brabantstad

Het bestuurlijke netwerk Brabantstad kent slechts beperkte risico’s aangezien er geen sprake is van een rechtspersoon. Projecten op de Werkagenda BrabantStad zijn samenwerkingen tussen de partners in het netwerk – de B5-steden en de provincie Brabant – op basis van gelijkwaardigheid. Daarnaast richt BrabantStad zich op het organiseren van ontmoeting en overleg en op gezamenlijke lobby.