Bij de begrotingsopstelling 2018 wordt uitgegaan van het bestaand beleid zoals geformuleerd in de (meerjaren)begroting 2017. Er vinden bijstellingen plaats op grond van volumeaanpassingen in relatie tot de autonome ontwikkelingen van de stad. Het kan dan gaan om aanpassingen aan de uitgavenkant en aanpassingen aan onze inkomstenkant. Ook vindt in de begroting een actualisatie plaats van het prijspeil. De (meerjaren)begroting 2018 wordt uitgedrukt in verwachte prijzen van 2018. Dit betekent dat een volledig nieuw financieel document ontstaat. Hieronder geven we de financiële
kaders weer, waarbinnen wij onze begroting opstellen.

Loonkostenontwikkeling
Het loonkostenniveau is gebaseerd op de salaristabellen vanaf januari 2017. Voor de cao-ontwikkelingen in de periode mei 2017 t/m december 2018 houden wij rekening met 1% loonstijging per 1 juli 2017 en 1,5% per 1 januari 2018.

Het gemiddelde percentage sociale lasten is 28,63%, in de primitieve begroting 2017 gingen we nog uit van 25,78%. De forse stijging is met name toe te rekenen aan de stijging van de ABP premie in 2017 en de reeds aangekondigde (verwachte) stijging van 2% in 2018. Het loonkostenniveau in de begroting 2018 komt daarmee 4,32% hoger uit dan in de primitieve begroting 2017. De stijging ten opzichte van de actualisatie 2017 is 2,91%.

Loonontwikkelingen gesubsidieerde sector
Vanaf 2000 wordt met betrekking tot de loonontwikkeling voorgaande jaren het indexcijfer ‘ontwikkeling contractloon marktsector’ toegepast. De percentages zijn overgenomen zoals in de CPB raming van maart 2017 zijn vermeld. Voor 2018 wordt ons eigen, bovenstaande percentage loonkostenontwikkeling aangehouden.
Voor de gesubsidieerde sector leidt het voorgaande tot het volgende uitgangspunt:

Correctie voorgaande jaren

0,23%

Algemene loonontwikkeling 2018

4,32%

Totaal

4,55%

Prijsontwikkeling

Doorwerking voorgaande jaren

0,00%

2018

1,40%

Per saldo

1,40%

Het percentage voor 2018 is overgenomen uit het Centraal Economisch Plan van het CPB.
De doorwerking voorgaande jaren is normaliter gebaseerd op het geharmoniseerde Consumentenprijsindexcijfer (CPI), zoals is weergegeven in de decemberraming van het CPB . Omdat we de afgelopen jaren de prijsinflatie telkens op nihil hebben gesteld, vindt nu geen nacalculatie over voorgaande jaren plaats.

Prijsontwikkeling subsidies
Voor alle subsidies (niet-betreffende de subsidies loonkosten) geldt dat de prijsontwikkeling 2018 gevolgd kan worden (inclusief correctie voorgaande jaren), de toegestane indexering bedraagt dus 1,40%.

Renteontwikkeling
Voor de begroting 2018 worden de spelregels voor het bepalen van de rente verder aangetrokken. De rente-inkomsten op leningen verstrekt aan de Rabobank, die zorgen voor compensatie van het weggevallen Essent-dividend, moeten in de berekening worden betrokken. Hierdoor daalt de omslagrente van 2% naar 0,5%. Over de effecten van deze aanpassing rapporteren we u in de begroting 2018. Ons uitgangspunt daarbij is budgetneutraal.

Tarief ontwikkeling belastingen en heffingen
In het bestuursakkoord is afgesproken dat de woonlasten niet worden verhoogd anders dan met een inflatiecorrectie. De gemeentelijke woonlasten betreffen de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Conform het genoemde uitgangspunt stijgt de OZB met 2,86%. Dit is het gemiddelde van de loon- (4,32%) en de prijsontwikkeling (1,4%).  Uitgaande van 100% kostendekking voor de afvalstoffen- en rioolheffing geldt dat naast de toegestane indexering de kosten van eventuele autonome ontwikkelingen via het tarief worden omgeslagen. In de begroting 2017 is de renteomslag al verlaagd van 4% naar 2%. Voor de berekening van de tarieven is daarom uitgegaan van 2% rente toerekening aan de betreffende activa. Voor de begroting 2018 worden de spelregels voor het bepalen van deze rente verder aangetrokken. Hierdoor wordt de rente omslag opnieuw verlaagd naar 0,5%. De rente-inkomsten op leningen verstrekt aan de Rabobank, die zorgen voor compensatie van het weggevallen Essent-dividend, moeten in de berekening worden betrokken. Hierdoor daalt de omslagrente van 2% naar 0,5%. Omdat het dividend van Essent nu uitgekeerd wordt als rente moeten we onze renteomslag verlagen en daarmee ook afvalstoffenheffing en rioolrecht. Dit is nooit de bedoeling geweest. Dit zou leiden tot een budgettair nadeel van € 1,3 mln. als gevolg van een daling van rioolrechten en afvalstoffentarief. De BBV regels geven hiervoor wel een uitweg. Het is toegestaan voor deze tarieven, mits goed gedocumenteerd en beargumenteerd, een afwijkend rentepercentage te hanteren. Wij stellen voor dat te doen en een rentepercentage te blijven hanteren van 2%. Daarmee wordt het budgettair nadeel van €1,3 mln. voorkomen.

Uitgangspunten meerjarenraming 2019-2021
Voor de jaren 2019 tot en met 2021 is uitgegaan van een constant loon- en prijsniveau met als basis het niveau zoals opgenomen in de begroting 2018. We gaan ervan uit dat de loon- en prijsontwikkeling in de uitgaven zo nodig gecompenseerd wordt. Dat wil zeggen:

  • compensatie van algemene salarismaatregelen en prijscompensatie via de algemene uitkering uit het gemeentefonds (als onderdeel van het zogenaamde accres) en overige rijksvergoedingen;
  • Verhoging van tarieven, rechten en heffingen met het inflatiepercentage, uitgaande van 100% kostendekking voor afvalstoffenheffing en rioolrechten. Uitgaande van constante lonen en prijzen zijn in de jaarschijven 2018, 2019 en 2020 de eerder genoemde verhogingen van inkomsten uiteraard niet meegenomen. In het investeringsplan 2018-2021 is rekening gehouden met een jaarlijks rentepercentage van 0,5%.

N.B.
Het doel van de meerjarenraming is onder meer inzicht te krijgen in de financiële ontwikkeling van de gemeente in meerjarig perspectief. Aan de meerjarenraming als zodanig kunnen door derden geen rechten worden ontleend.